1 Speelveld en velduitrusting (zaalhockey)

1.1 Het speelveld is rechthoekig, tussen 36,00 en 44,00 meter lang, begrensd door zijbalken en tussen 18,00 en 22,00 meter breed, begrensd door achterlijnen. Waar mogelijk moeten de maximaal toegestane veldafmetingen worden aangehouden. Wanneer de maximale afmetingen niet haalbaar zijn, wordt een breedte van 21 meter aanbevolen, zodat de cirkellijnen de achterlijnen raken vóór de zijbalken. Aanbevolen zijn uitloopstroken van minimaal 3 meter achter de achterlijnen en 1 meter buiten de zijlijnen.

AFMETINGEN ZAALHOCKEYVELD

 

1.2 Markeringen:

a Geen andere markeringen dan genoemd in deze regel mogen op de speelvloer worden aangebracht. Wanneer zaalhockey wordt gespeeld op een vloer waar lijnen van andere sporten zijn aangebracht die niet eenvoudig kunnen worden verwijderd, moeten de markeringen van een afwijkende kleur zijn.

b Lijnen zijn 50 mm breed en moeten over de gehele lengte duidelijk zichtbaar zijn aangebracht.

c Achterlijnen en alle markeringen die omsloten worden door die achterlijnen en de zijbalken, zijn deel van het speelveld.

d Alle markeringen moeten van een kleur zijn die afsteekt tegen de speelvloer.

 

1.3 Zijbalken:

a Markeren de 36,00 tot 44,00 meter lange grenzen van het speelveld.

b Hebben een doorsnede van 100 x 100 mm.

c De staande zijden aan de kant van het speelveld zijn 10 mm naar onder afgeschuind. Zijbalken moeten van hout zijn of van materiaal met vergelijkbare fysieke eigenschappen. Zij moeten geen koppelingen of steunen hebben die gevaarlijk zijn voor spelers of scheidsrechters.

 

1.4 Lijnen en andere tekens:

a Achterlijnen: grenslijnen tussen 18,00 en 22,00 meter lang.

b Doellijnen: de delen van de achterlijnen tussen de doelpalen.

c Middenlijn: in het midden van het veld, over de breedte getrokken.

d Lijntjes van 300 mm lang aan de binnenzijde van elke achterlijn aan beide zijden van het doel op 6,00 meter van de buitenzijde van de dichtstbijzijnde doelpaal, waarbij de afstand wordt gemeten tot de buitenzijde van het lijntje.

e Lijntjes van 150 mm lang aan de buitenzijde van elke achterlijn op 1,50 meter van het midden van de achterlijn, gemeten vanaf de binnenzijde van deze lijntjes (merktekens voor de doelpalen).

f Strafbalstip met een diameter van 100 mm aangebracht recht voor elk doel met het midden van de stip op 7,00 meter van de

binnenzijde van de doellijn. KNHB: indien een vloer is voorzien van een strafbalstreep in plaats van een stip geldt het midden van deze streep als plaats voor het nemen van een strafbal.

 

1.5 Cirkels:

a Lijnen van 3,00 meter lang zijn binnen het veld aangebracht, evenwijdig aan de achterlijn, met het midden van de lijnen ter hoogte van het midden van de achterlijnen; de afstand tussen de buitenzijde van de lijn van 3,00 meter en de buitenzijde van de dichtstbijzijnde achterlijn is 9,00 meter.

b Deze lijnen lopen in beide richtingen tot aan de achterlijn door met ononderbroken gebogen lijnen in de vorm van een kwartcirkel, met als middelpunt de binnenhoek van de dichtstbijzijnde doelpaal.

c De lijnen van 3,00 meter en de kwartcirkels heten samen de cirkellijn; de gebieden binnen deze lijnen, de lijnen zelf meegerekend, heten de cirkels.

 

1.6 Zaalhockeydoelen:

EISEN KNHB ZAALHOCKEYDOEL

a Twee verticale doelpalen verbonden met een horizontale doellat staan in het midden van elke achterlijn op de markeringen van 2.4.e.

b De doelpalen en de doellat zijn wit, rechthoekig in doorsnede, 80 mm breed en 80 mm diep.

c De doelpalen mogen niet boven, voor of achter de doellat uitsteken en de doellat mag niet naast, voor of achter de doelpalen uitsteken.

d De afstand tussen de binnenzijden van de doelpalen is 3,00 meter en de afstand van de grond tot de onderkant van de doellat is 2,00 meter.

e De ruimte buiten het veld, achter de doelpalen en de doellat en omsloten door het doelnet is minimaal 0,80 meter diep ter hoogte van de doellat en minimaal 1,00 meter diep op de grond.

 

Zij- en achterplanken zijn niet verplicht, maar als zij zijn aangebracht, moeten zij voldoen aan de volgende specificatie:

a Zijplanken zijn 1,00 meter lang en 460 mm hoog.

b Achterplanken zijn 3,00 meter lang en 460 mm hoog.

c Zijplanken staan op de grond, haaks op de achterlijn en zijn vastgemaakt aan de achterzijde van de doelpalen zonder de palen te verbreden.

d Achterplanken staan op de grond, haaks op de zijplanken en evenwijdig aan de achterlijn en zijn bevestigd aan het uiteinde van de zijplanken.

e Zij- en achterplanken hebben aan de binnenzijde een donkere kleur.

 

1.7 Doelnetten:

a De mazen zijn maximaal 45 mm.

b Zijn aan de achterzijde van de doelpalen en doellat bevestigd met tussenruimten van niet meer dan 150 mm.

c De doelnetten hangen buiten de zij- en achterplanken als die zijn aangebracht.

d De doelnetten zijn zodanig bevestigd dat de bal niet tussen het net en de doelpalen, de doellat of - indien geplaatst - de zij- en achterplanken door kan.

e De doelnetten zijn zodanig gespannen dat de bal niet terugkaatst.

 

1.8 Teambanken en tafel:

a Aan één zijde van het veld is voor elk team een teambank geplaatst.

b Aan dezelfde zijde van het veld als de teambanken, ter hoogte van de middenlijn, staat een wedstrijdtafel, met een zitplaats voor de tijdwaarnemer en een zitplaats voor tijdelijk uit het veld gestuurde spelers (strafbank). KNHB: de tijdopnemer moet vanaf zijn zitplaats de tijdklok en